Mystiek en verzet

Kaart wordt geladen...

Datum/Tijd
Datum - 06/04/2019
18:30 - 19:30

Locatie
Ontmoetingskerk

Categorieën


door Janneke Stegeman.

We werken niet te hard, we laden te weinig op, las ik recent. Het was een coach die dat beweerde. Ik zie dat soort berichten vaker. Burnout is een ziekte van onze tijd, maar het schijnt dat je het niet krijgt van hard werken. Wel van werken en nooit afstand nemen.

Iemand anders diagnosticeerde onze tijdgeest: we leven in een tijd van vervreemding en verloren verbindingen. Eenzaamheid, stress, onrust en somberheid zijn de aandoeningen van onze tijd.

Ik herken het: we vinden het moeilijk om ons los te maken van onze verplichtingen, verantwoordelijkheden, beslommeringen. We hebben behoefte aan vrije ruimte, aan onbekommerd zijn. Je kunt ook zeggen: aan mystiek.

Alex van Heusden zei in zijn laatste leerhuis: ‘Maar wat als het heiligdom beneden – de tempel in Jeruzalem – verwoest is? Heeft Joodse mystiek in de rabbijnse periode zich mede ontwikkeld in reactie op de ontreddering na de verwoesting van het jaar 70? Nu er geen heiligdom meer op aarde was, zocht men de weg omhoog, naar het heiligdom – de troonzaal – in de hemel.’

De verwoesting van de tempel leidde tot ontreddering en ontheemding. Letterlijk: de tempel was een huis. Uit die ontreddering werd de mystiek geboren, een manier om je in deze wereld toch thuis te voelen, ook al blijf je er ook altijd vreemdeling. Tenminste, dat is toch een van de spanningen van mens-zijn.

Misschien is in onze dagen het heiligdom niet kapot, maar staat het heilige, de mystiek in het vergeethoekje. In de zin dat we – ik zeg we, ik bedoel in ieder geval ook mezelf en het zou kunnen dat u het herkent – het moeilijker vinden het heilige in het alledaagse aan te treffen. Ons te verwonderen. Ons stil te laten zetten.

Dat zit wat mij betreft in liturgie, zoals ik die bijvoorbeeld hier vind. Liturgie is misschien wel het gestileerde alledaagse, zodat we de rare diepzinnigheid van dat alledaagse op het spoor komen. De verbinding met het transcendente. Zodat we ons oefenen in verwondering. In thuiskomen en tegelijk verlangen naar nog iets anders.

Mystiek draagt altijd iets van verzet in zich: mystici leggen zich niet neer bij hoe de wereld is. Bij de feiten. Ze verlangen naar ander, hoger, schoner. En tegelijk laten juist mystici zich inspireren door het zogenaamde alledaagse. Het alledaagse dat blijkt te verwijzen, haast doorzichtig wordt.

Zo is dat ook in de liturgie. Voor de tijd dat we hier samenzijn, gebruiken we taal die we straks, eenmaal buiten, misschien niet meer zo snel gebruiken. We zingen zinnen die ons op maandagmorgen vreemd kunnen voor komen.

‘Dat wij niet leven gevangen in leegte
Dat wij niet vallen terug in het stof
Zend uw geest dat wij worden herschapen’

We doen dat niet omdat we hier ons anders voordoen dan we zijn. We doen het uit verzet. Omdat deze taal er ook nog is. Deze vorm van samen zijn. Dit delen, zingen, en stil zijn. Deze eerbied. Liturgie is ook verzet. Verzet bijvoorbeeld tegen een manier van leven die ons eenzaam maakt en stress veroorzaakt.

En ik heb behoefte aan verzet, deze dagen. Ik moet veel denken aan wat Dorothee Solle deed, de Duitse bevrijdingstheologe en mystica die altijd mystiek en verzet aan elkaar verbond.

Het mystieke is niet te vinden waar alles goed is, glad en in orde, wist Sölle. Of waar we doen alsof dat zo is. Mystiek ontstaat waar alles er mag zijn en iedereen er mag zijn. En het ontstaat juist ook in de aanklacht, in verzet.Soms vraag ik me af: is de liturgie niet gedomesticeerd en ongevaarlijk gemaakt? Te braaf?
Het mag soms wel wat minder gestileerd. Dat we voelen wat er op het spel staat. Liturgie is ook de ruimte van het ontregelende, opstandige.Dat zie ik ook bij Sölle.

Sölle groeide op tijdens het nationaal-socialisme. Ze beschrijft een ervaring die ze had als jong meisje in 1943: ‘Ik stond voor het raam en keek naar een bloeiende kersenboom, en had een gevoel van volstrekte verlorenheid. Niet langer beschermd, verwarmd, gekoesterd.Ik wist dat ik geen kind meer was en het maakte me radeloos van verdriet.’

Ze bekeert zich tot het christendom en gaat theologie studeren. Ze ontwikkelt zich tot een radicale christen: wat haar vooral van slag brengt, is niet in de eerste plaats de groep christenen die zich had aangesloten bij de nazi’s, maar de hoe weinigen die zich ertegen verzetten. Hoeveel mensen toeschouwer zijn, dat schokt haar.

We kunnen ons nooit de luxe veroorloven te leven zonder hoop, vond Sölle. Als christen, als kerk, móet je je mond opendoen. Zelfs als je dep roblemen niet kunt oplossen, kun je ze zichtbaar maken. Alleen al daarom kun je niet passief blijven toekijken, vond ze.

Ja, ik moet ook aan haar denken vanwege de uitslagen van de Provinciale Verkiezingen. We leven in een andere tijd dan de jaren ’30en ’40 en niet in Duitsland, zeker. Maar ook deze tijd vraagt om tegenstemmen en protest. En deels om dezelfde redenen: omdat er politici zijn die mensen ontmenselijken, die de gevaarlijke taal van zuiverheid gebruiken.

In de gemeenschap in Exodus is er die tabernakel, of ontmoetingstent, in het midden van de gemeenschap. Het is een midden waar zelfs Mozes niet naar binnen mag zodra God daar is. God is een wolk in de tekst, die soms dat heilige midden vult en soms voor de gemeenschap uitgaat.

Dat raakt me: het idee dat het heilige in het midden van de gemeenschap is. En dat niemand dat midden kan opeisen, want God is daar. En die tabernakel, dat heiligdom, is draagbaar. Het heiligdom kan worden opgebroken en meegedragen. Dat is nodig, want de gemeenschap is onderweg.

In onze samenleving wordt dat midden wel opgeëist. Het is een joods-christelijk midden, zeggen sommigen. Moslims zijn daarom een bedreiging, bedoelen ze niet zelden, of immigranten in het algemeen. We moeten helder hebben wie we zijn en we moeten dat ‘wij’ zuiver houden. Dit zijn wij en als je bij ons wilt horen, moet je ook zo worden. Als je mee wilt doen, moet je je daaraan conformeren. Mensen van buiten de gemeenschap zijn in de eerste plaats een bedreiging.

Dat is een benauwde visie op gemeenschap en op wat het is om mens te zijn. In geloofstaal gezegd: we hoeven niet precies af te bakenen wie en wat wij zijn, precies omdat we onderweg zijn met God. Maak je af en toe even los, durf de leegte aan te gaan. Vul niet alles op.

Daar komen mystiek en verzet samen. Mystiek is de ervaring van de eenheid en de heelheid van het leven. En juist daarom zie je dan de gebrokenheid van het leven zo scherp. En dat leidt tot verzet.

In een gemeenschap ben je onderdeel van een groter, organisch, levend geheel, dat verandert omdat jij eraan bijdraagt en dat jou verandert als je eraan deelneemt.

Ik bedoel niet dat wie wij zijn als gelovige gemeenschap zonder grond is of schimmig. Er is iets is waarom wij samenkomen. Dat draagbare midden waar God is. God die ons uitdaagt, menselijk maakt, ons aan elkaar geeft. En precies dat midden wordt telkens weer ontmanteld, ingepakt en verder gedragen.
Een levende gemeenschap is er een die zichzelf steeds weer bij de lurven grijpt, de tabernakel op neemt en verder trekt: want God gaat voor ons uit, richting het zachte land waarover Sölle spreekt.

Moge het zo zijn dat wij telkens durven opbreken en meetrekken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *