Viering 2 mei 2026: Leiderschap in de Schrift
Datum/Tijd
Datum - 02/05/2026
18:30 - 19:30
Locatie
Johanneskerk
Categorieën
Voorganger: Franck Ploum
SOVE 2 mei 2026
Serie: ‘leiderschap’ – thema: Mozes en Aäron – Exodus 32, 19-25
Toespraak Franck Ploum
1.
We leven in gevaarlijke tijden. En in tijden van grote onrust zijn er altijd zogenoemde sterke leiders die de wind in de zeilen krijgen, Ook is er de angst voor het kwijtraken van eigen privileges en voorrechten, het eigen leventje met de mensen die je kent, die vernieuwing afwijst en vreemdelingenhaat aanwakkert. Verschillen worden uitvergroot ten koste van overeenkomsten, wat vreemd is wordt weggezet in plaats van met nieuwsgierigheid bejegend, zondebokken worden gezocht onder mensen in de meest kwetsbare posities.
Misschien is een van de grootste problemen van onze tijd wel, dat we steeds moeilijker om kunnen gaan met verschillen en met diversiteit. Of het drijft ons in onze eigen veilige bubbel, of het leidt tot conflict en confrontatie. De veilige bubbel gaat dan vaak onder het mom van tolerantie: ze doen maar, zolang ze mij ook maar laten. Tolerantie is dan de stoplap voor: ik wil er eigenlijk niet mee te maken hebben.
De veilige bubbel waarin we elkaar versterken in ‘hetzelfde zijn’, in het willen lijken op elkaar. We kennen het van de middelbare school. Iedereen wil uniek zijn maar in alles doen ze vaak precies wat de ander ook doet. Uiteindelijk wil niemand anders zijn, afwijken van het gangbare, het gewone, de norm. Maar de vraag is alleen: wie of wat bepaalt wat gangbaar is, wat de norm is?
Welke stemmen hebben hier een rol in, welke woorden worden hierover gesproken?
Geestkrachtige woorden die ruimte geven, of beperkende woorden, inperkende woorden, uitsluitende woorden: jij hoort er wel bij en jij niet? Jij bent er een van ons en jij niet!
Dat zien we ook in onze samenleving, groepen tegenover elkaar. De confrontatie is door sommige politieke partijen tot kunst verheven en ingezet voor het eigen electoraat. En als je dan vraagt: wie bepaalt in de confrontatie tussen de verschillen, wat gangbaar is, de norm is? Dan wordt het gevaarlijk, want als de heersende macht niet meer het gesprek bevorderd, maar de verdeeldheid, wanneer de politiek niet meer verbindend werkt maar mensen tegen elkaar uitspeelt, dan bevinden we ons met onze democratie op een hellend vlak.
Een belangrijke basis voor het democratisch functioneren van een land is dat er gesprek is. Vooral gesprek tussen mensen die het niet met elkaar eens zijn. Je grijpt niet naar de wapens of naar geweld maar je beklimt de politieke arena of het podium van een debatcentrum, de talkshowtafel.
Je gaat ten alle tijden het gesprek aan ook al ben je het hartgrondig met elkaar oneens.
Maar ja wie zitten er vandaag de dag aan de talkshow tafels? Wie halen het nieuws? De grootste schreeuwers. Of zoals kerkasiel Kampen deze week plaatse op haar sociale media: al 16 maanden zetten duizenden mensen zich dag en nacht in voor het lot van 420 gewortelde kinderen, opdat ze mogen blijven. Geen een keer aan een talkshowtafel. Deze week 80 relschoppers tegen asielcentrum in Loosdrecht: Belangrijkste onderwerp aan alle talkshow tafels. En de Haagse politiek reageert met: ja we voelen at er een asielcrisis is! Hoe dicht liggen politiek leiderschap en populisme bij elkaar!
2.
En daarmee stuiten we op een ander probleem namelijk dat politiek aan de talkshow tafels verworden is tot entertainment. En amusement of entertainment is gebaat bij ophef. En juist dat betekent dat populistische leiders, en extreemrechtse denkers, en relschoppers, die voortdurend met hun uitspraken en daden ophef veroorzaken, dus aan die talkshow tafels zitten. Zij worden uitgenodigd en kunnen hun verhaal vertellen. Een Engels onderzoek heeft uitgewezen dat het effect van deze gang van zaken is dat extreemrechts en populistisch denken normaliseert naarmate zij vaker aan het woord komen in gangbare media. Zelfs als je als journalist zo’n denker kritisch bevraagd, dan is de conclusie van de kijker en luisteraar: dit is wellicht niet mijn mening maar kennelijk is die denken ook oké, want anders zaten ze niet aan tafel.
En zo zien we om ons heen overal leiders opstaan en de macht grijpen die van alles roepen om hun kiezers maar vast te houden, de sentimenten van angst en vreemdelingenhaat te voeden en de kloof tussen wij en zij zo groot mogelijk te houden. Want zij hebben baat bij chaos, baat bij verdeeldheid, baat bij de kloof. Geen oplossingen, dat interesseert hen niet, wel chaos. Geen lange termijn, en een route naar een oplossing, maar korte termijn, en geen oplossing, maar wel electoraal gewin, achterban tevreden en eigen belang gediend. Veelal worden deze leiders op democratische wijze gekozen.
De achilleshiel van de democratie blijkt steeds vaker de mogelijkheid te zijn om niet democratische leiders in het zadel te hijsen. Leiders die hun positie gebruiken om de democratie af te breken, zichzelf steeds meer macht toe te eigenen en de macht te behouden. Trump, Erdogan, Poetin, Netanyau ze werden allen democratisch gekozen. Maar ook ondemocratische partijen worden langs democratische weg in het zadel geholpen. In Duitsland blijft de AfD maar groeien en ook de PVV en Forum voor Democratie hebben niet het beste voor met onze democratische rechtsstaat, maar kunnen rekenen op brede (PVV) en groeiende (FvD) steun.
Niet zelden worden autocratische leiders gekozen in tijden van crisis, wanneer het verlangen naar een sterke leider in de onderbuik van mensen groeit. Zo kwamen in de jaren dertig van de vorige eeuw fascisten als Hitler en Mussolini aan de macht. Dit gegeven heeft oude papieren en gaat al terug tot in de oudheid. Denk aan het bijbelboek 1Samuel waar de hang naar een koning groeit, ‘een koning zoals andere volken die hebben’ (1Sam 8,5). Maar precies die figuur van de sterke leider, of ‘de koning’ is een groot gevaar voor de democratie. Een groeiende groep Amerikanen herkent dat gevaar en uit het ongenoegen over Trump in ‘No King’ demonstraties.
3.
En daarmee zijn we bij Mozes en Aäron. Twee leiders, die het volk begeleiden op de weg van vrijheid. Leiders met ieder hun eigen verantwoordelijkheid, maar ook met hun eigen agenda blijkt.
Mozes vertegenwoordigt de route van de lange termijn. Met de leefregels in de hand schetst hij een perspectief. Maar daarvoor moet er wel een weg afgelegd worden, een weg die niet geplaveid is, geen snelweg. Het is een weg door de woestijn, waarop het oude moeten worden afgeleerd, losgelaten, achtergelaten, om zo open te gaan voor een ander leven, een leven in vrijheid. En leven in vrijheid dat gaat niet zomaar, dat moet geleerd worden, dat vraagt tijd en energie.
Hoe moeilijk dat kan zijn beschreef de Pools-Vlaamse filosofe Alicja Gescinska in het boek ‘De verovering van de vrijheid’ (Lemniscaat, 2011). Gescinska ontving onlangs de Socrates beker en voor wie de sociale media volgt: ze is in stevig woordelijk gevecht met Anja Meulenbelt over haar laatste boek waarvoor ze dus die Socrates beker ontving. Maar daar gaat het nu niet om. Het gaat om haar beschrijving van een karikaturale vrijheidsbeeld dat zij in het communistische Polen hadden. En hoe dat na hun vlucht naar het Westen kapotsloegop de realiteit. Dat gebeurde toen haar ouders met drie kinderen hun flat – bestaande uit niet meer dan een kamer van 4 bij 4 meter – verlieten en naar België vluchtten. Dat deden ze overigens in 1989, een paar maanden voor de Muur viel, maar dat konden ze toen nog niet weten. Ze schrijft: ‘Om vrijheid te kunnen proeven, volstaat het niet om in een vrij land te leven. De vrijheid word je niet in de schoot geworpen, je hoeft niet alleen nog maar je mond open te doen en een hap vrijheid naar binnen te werken. Als je vrijheid wilt zul je de handen uit de mouwen moeten steken, in plaats van ze gemakzuchtig in je broekzakken op te bergen. Daar zijn die handen van geen nut en handen die niets verrichten, zijn handen die geen vrijheid veroveren.’ (De verovering van de vrijheid, 13). Waarom is dit zo’n ijzersterke analyse? Omdat het enerzijds de karikatuur zichtbaar maakt, maar anderzijds ook het gemak waarmee wij, in vrijheid geboren en levende westerlingen, omgaan met die vrijheid. Haar als vanzelfsprekend, gewoon en altijd aanwezig vooronderstellen. Alsof ze ons niet ontnomen zou kunnen worden.
Mozes de man van de ware vrijheid, de man van de route naar vrijheid. Maar er is gemor, er is onvrede, er is crisis, en dan wil men een sterke leider, iemand die het volk tevredenstelt, met al dan niet realistische beloften of daden. In elk geval niet lijkend op beloften voor de lange termijn.
En ook niet een verhaal over een vage onzichtbare God die het beste met je voorheeft maar je laat verhongeren in de woestijn. Geef ons een God zoals andere volken die hebben. En de populistische leider is geboren: Aäron. Hij geeft het volk wat ze willen: een god die zichtbaar is.
Afgod zouden wij zeggen, maar dat woord kent het Hebreeuws niet, er is allen godheid, er zijn goden in veelvoud, monotheïsme in de bijbel is onzin, het wemelt van de goden. De vraag is: aan wie schenk je vertrouwen. Wie ken je macht toe? Is dat het gouden kalf waar je omheen kunt dansen? Of is dat een stem die richtinggevende woorden geeft? De populist geeft instant bevrediging maar lost niets op. Is de honger en dorst voorbij nu ze kunnen dansen rond een gouden kalf? Allesbehalve.
En als de populist op zijn verantwoordelijkheid wordt gewezen, dan schuift die de schuld van zich af. Hoe herkenbaar. Maar het is ook wel humor zoals dit verhaal het vertelt: ik gooide het goud in het vuur en ineens kwam dat gouden kalf tevoorschijn!
4.
Wat goed om dit soort verhalen met elkaar te lezen en aan elkaar te vertellen, juist nu in deze chaostijden. Verhalen over bevrijding en opstanding. Verhalen van vrijheid en hoe moeilijk die vrijheid is. Verhalen van opstandigheid tegen alles wat we om ons heen zien gebeuren. Ze leren ons vast te houden aan het visioen, het vergezicht. Ze helpen ons niet terug te vallen in de woestijn van het geweld en het populisme, want we weten uit de geschiedenis waar dat eindigt.
Dat het ons mag lukken. Zeg amen, dat het zo moge zijn.

